De disfunctionerende huisarts: bestuurlijke dilemma’s in de praktijk
Het omgaan met een mogelijk disfunctionerende huisarts behoort tot de meest complexe en beladen vraagstukken binnen de huisartsenspoedzorg. Het raakt direct aan patiëntveiligheid, professionele autonomie, collegialiteit en bestuurlijke verantwoordelijkheid.
In de praktijk blijkt dit zelden een helder afgebakend probleem, maar een stapeling van dilemma’s waarbij zorgvuldig handelen essentieel is.
Waar begint de verantwoordelijkheid?
Een van de eerste vragen die zich aandient is:
is waarheidsvinding mijn taak?
In de huidige organisatie van de huisartsenzorg is er vaak:
geen formele werkgever;
geen hiërarchische lijn;
een mix van praktijkhouders, HIDHA’s en waarnemers.
Dat maakt het lastig om vast te stellen:
wie formeel verantwoordelijk is;
wie welke stappen mag of moet zetten;
en hoe ver de rol van medisch manager of directeur reikt.
Operationele dilemma’s
In de praktijk komen al snel moeilijke afwegingen naar voren, zoals:
haal je een huisarts (tijdelijk) uit het rooster?;
wanneer is non-actief stellen aan de orde, en wie besluit dat?;
maakt het verschil of het gaat om een waarnemer, praktijkhouder of HIDHA?;
hoe borg je patiëntveiligheid zonder overhaast of solistisch te handelen?
Deze beslissingen hebben directe impact op zowel de huisarts als de organisatie.
Wanneer en hoe opschalen?
Een belangrijke vraag is wanneer melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd aan de orde is.
Te vroeg melden kan onnodig escaleren; te laat melden kan risico’s voor patiëntveiligheid vergroten.
Het helpt om hierbij:
de Richtlijn disfunctionerende huisarts te gebruiken als kader;
juridisch advies in te winnen;
te toetsen bij collega-bestuurders of medisch leiders;
onderscheid te maken tussen signalen, feiten en interpretaties.
Structuur in gesprekken
Gesprekken met de betreffende huisarts vragen om zorgvuldige voorbereiding en structuur:
helder doel van het gesprek;
feitelijke observaties, geen aannames;
ruimte voor wederhoor;
vastleggen van afspraken en vervolgstappen.
Dit zijn gesprekken die je niet alleen moet voeren. Betrek waar mogelijk:
een collega-bestuurder;
HR- of juridische expertise;
externe begeleiding of coaching.
Persoonlijkheid versus functioneren
Een essentieel onderscheid is dat tussen:
een bijzondere of lastige persoonlijkheid, en
onjuist of onveilig professioneel handelen.
Niet elke moeizame samenwerking is disfunctioneren. Tegelijkertijd mag persoonlijke stijl geen reden zijn om onveilig handelen te normaliseren. Juist dit onderscheid vraagt om reflectie, toetsing en professionele afstand.
Niet solistisch handelen
Misschien wel het belangrijkste leerpunt:
dit is geen traject om alleen te lopen.
Bestuurlijke zorgvuldigheid betekent:
gezamenlijk duiden;
stappen expliciet maken;
handelen binnen kaders;
en steeds de balans bewaken tussen menselijkheid en verantwoordelijkheid.
Reflectie
Het omgaan met een mogelijk disfunctionerende huisarts laat zien hoe kwetsbaar het snijvlak is tussen autonomie en toezicht, tussen collegialiteit en verantwoordelijkheid. Het vraagt om rust, structuur en het durven inschakelen van anderen.
Niet om snelle oplossingen, maar om zorgvuldig bestuur.