Project U4 niet hier
Optimalisatie urgentiebeleid: U4 niet meer op consult op de huisartsenspoedpost
Aanleiding
Binnen de huisartsenspoedpost bestond de wens om de zorgvuldigheid en doelmatigheid van urgentietoekenning verder te verbeteren. Met name het structureel laten plaatsvinden van U4-consulten op de spoedpost vroeg om heroverweging, gezien de impact op werkdruk, toegankelijkheid en de kerntaak van acute zorg.
Aanpak
Het project richtte zich op het herijken van het urgentiebeleid, waarbij U4-zorg in principe niet meer via een consult op de spoedpost werd aangeboden.
Belangrijke onderdelen van de aanpak waren:
scholing en training van triagisten en regie-artsen;
duidelijke afspraken over uitzonderingen;
zorgvuldige implementatie met monitoring en evaluatie.
Uitzonderingen op het beleid werden beperkt en expliciet benoemd, bijvoorbeeld:
specifieke situaties op bepaalde dagen (zoals tetanusprofylaxe in het weekend, UWI bij vrouwen),
waarbij de behandeling plaatsvindt via de triagist, en niet standaard via een fysiek consult op de spoedpost.
Evaluatie en resultaten
Na invoering is het beleid zorgvuldig geëvalueerd. Daarbij is gekeken naar:
verschuiving in urgenties;
het aantal consulten;
klachten en signalen van patiënten en professionals.
De evaluatie liet zien:
geen relevante toename van U3-consulten (toename van slechts 0,3%);
geen toename van klachten gerelateerd aan U4;
een duidelijke daling van het aantal U4-consulten naar minder dan 10 per maand.
Deze resultaten bevestigden dat het beleid zowel zorginhoudelijk verantwoord als organisatorisch effectief is.
Borging
Het aangepaste urgentiebeleid is structureel geborgd:
via de PDCA-cyclus binnen het kwaliteitssysteem;
met jaarlijkse aandacht in teamoverleggen;
als vast onderdeel van de opleiding en inwerkprogramma’s van nieuwe triagisten en regie-artsen.
Hiermee is het beleid niet alleen ingevoerd, maar ook duurzaam verankerd in de dagelijkse praktijk.
Reflectie
Dit project laat zien hoe gerichte scholing, duidelijke afspraken en zorgvuldige evaluatie kunnen bijdragen aan:
betere inzet van acute zorgcapaciteit;
behoud van kwaliteit en veiligheid;
rust en duidelijkheid voor professionals;
borging van verbeteringen binnen bestaande kwaliteitsstructuren.